Bevrijding van Haarlem

Bewerkt: 17 jan. 2026

Bevrijding van Haarlem

De bevrijding

Niet iedereen die nog een apparaat verborgen had, luisterde naar de melding van de bevrijding omdat deze op een ongebruikelijk moment kwam. Het was geen standaard nieuwsbericht. Desalniettemin verspreidde dit grote nieuws zich snel door de stad. Het was niet langer volledig onverwacht, aangezien iedereen wist dat Hitler was overleden en Berlijn was gevallen. Toch geloofde menig persoon het pas toen ze de bevestiging hoorden tijdens het reguliere nieuws. In eerste instantie kwamen mensen langzaam de straten van Haarlem op, en her en der wapperde de Nederlandse vlag al aan de huizen. De Grote Markt vulde zich met vrolijke, opgetogen mensen. Echter, de situatie voelde nog steeds vaag en onwerkelijk aan, aangezien de Duitsers nog steeds aanwezig waren in de stad. Men keerde terug naar huis, maar de volgende ochtend barstte het feest los.

Intocht van de Canadezen

Veel Haarlemmers wachten vol spanning op de komst van de Canadese bevrijdingstroepen en het vertrek van de Duitsers. Op 8 mei is het zover; de Canadezen komen vanuit Amsterdam Haarlem binnenrijden. Langs de straten staan rijen en rijen enthousiaste mensen om hen te verwelkomen. De bevrijders krijgen bloemen. En op hun beurt delen ze chocola en sigaretten uit. Jongens en meisjes mogen meerijden op de wagens.

Het was feest in de stad, dagenlang. Woedende Duitsers hadden op 5 mei ’s avonds in de lucht schietend een einde gemaakt aan de drukte op de Grote Markt, maar “spoedig daarna waren de moffen weer weg en ging het hossen en dansen weer verder”. De mensen schenen even niets te merken van hun nog hongerende magen, van de doorstane angst en kwellingen. Op dinsdag 8 mei kwam eindelijk het Canadese bevrijdingsleger met honderden auto’s, motoren en tanks uit Amsterdam de stad inrijden. Het onthaal was groots. Jongens, maar vooral meisjes, mochten op de gevechtsvoertuigen meerijden. Chocolade en sigaretten werden met gulle hand uitgedeeld en vonden gretig aftrek. De behoefte aan feestvieren was zo groot dat feestelijkheden per wijk georganiseerd moesten worden. Bijvoorbeeld door de bewoners van het Kleverpark. Zij organiseerden een groot vreugdevuur in een loopgraaf waarin al het verduisteringspapier verbrand werd. Een portret van Hitler mocht er ook in onder het uitspreken van de woorden: “Moge hij in de hel verbranden”.

Vrijheid!

Als er nog wat twijfel bestond aan de vraag of de bevrijding echt gekomen was, dan verdween die op 5 mei ’s morgens. Overal in de stad waren in de loop van de nacht aanplakbiljetten opgehangen van verzetsgroepen en illegale bladen die de capitulatie aankondigden. Een groepje Duitse officieren haalde die hier en daar weer weg, maar dat kon het feest niet meer tegenhouden toen om acht uur de capitulatie van het Duitse leger officieel inging. Opeens was overal de nationale driekleur te zien en liepen mensen met oranje of rood-wit-blauwe versierselen de straat op. Vooral voor de talloze onderduikers was het een verademing om eindelijk de straat op te kunnen gaan, na zich zo lang schuil te hebben gehouden met de permanente angst om toch nog gepakt te worden. Er werd gezongen, gehost, gedanst, omhelsd, muziek gemaakt enzovoorts. Sommige Duitsers die ook blij waren dat het allemaal voorbij was, juichten mee. Anderen staarden nors voor zich uit en voelden zich verslagen.

De Haarlemmers die aan de kant van de bezetters hadden gestaan, hoefden niet in die hel te verbranden maar werden wel massaal gearresteerd. Dat was in eerste instantie het werk van de nu bovengrondse illegaliteit, de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Verzetslieden met om hun arm een band waarop het woord ‘Oranje’ prijkte, gingen hen met behulp van adreslijsten ophalen en opbrengen. Haarlemmers begeleidden die arrestaties met de geschreeuwde leuze “één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, alle NSB-ers in de Bakenessergracht”. Het Huis van Bewaring zat al snel vol en dat gold eveneens voor beschikbare schoolgebouwen. Daarom gebruikte men ook een gebouw van de gemeentereiniging. “Daar komt toch al het vuil bijeen”, merkte een voorbijganger op. De NSB-ers hadden meer levensmiddelen gekregen en die werden nu in beslag genomen. Of die altijd netjes bij de stadsbevolking terechtkwamen betwijfelde het publiek soms. In de laatste dagen was immers ‘rijp en groen’ bij de BS aangenomen.

NSB’ers

Mensen die aan de kant van de Duitsers stonden, worden massaal gearresteerd. Vaak onder grote belangstelling van Haarlemmers, die daarbij roepen: ‘1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, alle NSB’ers in de Bakenessergracht!

Joodse stadsgenoten

Voor onze Joodse stadsgenoten is er vaak geen warm onthaal. Een groot deel van hen keert niet meer terug. In totaal zijn er – zover we nu weten – 733 Joodse stadsgenoten vermoord of door oorlogsgeweld omgekomen in de Tweede Wereldoorlog.

De Haarlemse joden die de bezetting wel overleven, voelen zich niet altijd thuis in onze stad. Hun gemeenschap is uit elkaar gerukt. Hun huizen zijn ingenomen door anderen. En de mensen die hen of hun familie verraden hebben, lopen soms nog ongestraft rond. Velen vertrekken naar het buitenland of andere plaatsen in Nederland.

De NSB-burgemeester Plekker was nergens te bekennen. Die zat in een kamp in Duitsland, maar dat wist nog niemand. Zijn vervanger, de NSB-er M. van Driel, ging op 5 mei nog wel naar het stadhuis, maar begreep al snel dat hij daar niets meer te zoeken had. De door de Duitsers ontslagen burgemeester J.E. de Vos van Steenwijk maakte bekend dat hij inmiddels was benoemd tot waarnemend Commissaris van de Koningin in Noord-Holland. In zijn plaats nam oud-wethouder M.A. Reinalda het burgemeestersambt waar. Maar met de komst van de Canadezen op dinsdag 8 mei werd de stad voorlopig onder Militair Gezag geplaatst. De overgang naar ‘normale tijden’ zou nog maanden gaan duren, maar Haarlem was weer vrij.

Tijdens de oorlog zijn vele Haarlemse mannen in Duitsland tewerk gesteld. Bijvoorbeeld de ongeveer tweeduizend mannen die tijdens de ‘Sinterklaasrazzia’ op 6 december 1944 waren opgepakt. De terugkeer van een groep mannen die dit overleefden, zorgt in juli 1945 voor emotionele momenten in Haarlem. De mannen worden met gejuich ontvangen bij het station.

Hoewel de oorlog voorbij is, vallen er in die eerste dagen na de bevrijding ook in Haarlem nog slachtoffers. In de Grote Houtstraat openen Duitse militairen het vuur tussen de feestende mensen, waardoor twee mensen omkomen. Een vrouw die als 14-jarig meisje de bevrijding meemaakte, schrijft dat de soldaten zich in de mensenmassa bedreigd voelen en in het wilde weg beginnen te schieten: “We doken in portieken. Nog vele jaren bleef een kogelgat in de bovenste verdieping van Vroom en Dreesman een ‘aandenken’ aan de paniektoestand.”

De grafsteen van de beruchte NSB’er en politieagent Fake Krist wordt ook aangepakt. Hij werd op 25 oktober 1944 door het verzet doodgeschoten op de Westergracht. Als vergelding werden op de Westergracht tien Nederlanders gefusilleerd en vier huizen in brand gestoken.  hij werd om-schreven als ‘onze beste huisvriend en kameraad’ die door ‘laffe moordenaarshand’ is gevallen, wordt van zijn grafsteen gebeiteld.

Een nieuwe tijd

Een nieuwe tijd breekt aan na de bevrijding. De verschrikkingen van de oorlog zijn niet vergeten en de wederopbouw begint pas net. Maar de honger is voorbij en Nederland is vrij.

Bronnen

* Ronald Frisart (red.), Kennemerland hongert naar zijn bevrijding (Haarlem 1985), pp. 143-147.
* L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 10b: Het laatste jaar II. (‘s-Gravenhage 1982).
* A. Overmeer, “Haarlemsche herinneringen aan de bevrijding”, in: Jaarboek Haerlem 1944-1945 (Haarlem 1946), pp. 105-134.