Haarlem in de 2e Wereld Oorlog

Haarlem in de 2e Wereld Oorlog

De Bezetting van Haarlem

Haarlem was in de periode voor de oorlog een militaire standplaats. Deze militairen waren o.a. gestationeerd in de 

Ripperda of Cavalerie Kazerne
aan de Schoterweg (1882 - 1992) en de

Koudenhorn of Infanterie Kazerne
1804 - 1960

Door de bedreiging van een Duitse inval waren ook de Haarlemse eenheden gemobiliseerd.

De inwoners van Haarlem beleefden op 10 mei 1940, de eerste dag van de oorlog, vol spanning en angst. Er gingen geruchten over parachutisten die landden en bombardementen op Schiphol. Scholen en openbare gebouwen in Haarlem, zoals het postkantoor en het station, bleven gesloten uit voorzorg.

Toen de Duitse troepen onverwacht Nederland binnenvielen, waren de mensen net als elders in het land volledig overrompeld, geschokt en bang voor wat zou komen.

Tijdens de eerste weken van de Duitse bezetting waren de Haarlemmers in afwachting van wat er zou gebeuren. Tot ieders verrassing gedroegen de Duitsers zich keurig. De soldaten liepen op straat, betaalden fatsoenlijk voor hun aankopen, aaiden de kinderen over hun hoofd en glimlachten naar de meisjes. De media prezen de hoffelijkheid van de Duitse militairen. In Den Haag hield Seyss-Inquart, de nieuwe leider van het landsbestuur, een toespraak waarbij hij de Duitse soldaten opdroeg om hun best te doen om het vertrouwen van de Nederlanders te winnen.

Echter werd snel duidelijk dat de Duitsers niet tevreden waren over het Haarlems bestuur. De burgemeester werd ontslagen en in zijn plaats werd een NSBer benoemd, de heer S.L.A.Plekker, die natuurlijk Slaap Lekker werd genoemd. Ook werd bepaald dat de gemeenteraad het werk zou “laten rusten”.  De socialistische wethouders Reinalda en Westerveld namen; na de komst van Plekker; onmiddellijk hun ontslag.

Op de middag van woensdag om twee uur (15 mei 1940) arriveerden de eerste Duitse troepen op de Grote Markt. Het waren gemotoriseerde eenheden en enkele pantservoertuigen. Kort daarna volgden er meer. De Duitse soldaten werden ondergebracht in diverse hotels en scholen in Haarlem. De eerste "Ortskommandant" nam zijn intrek in  restaurant Brinkmann. Lokale dienstfietsen werden uitgeleend door de politie, en Haarlemse bedrijven leverden typemachines en ander kantoormateriaal aan.

De uitdagingen waren groot voor de politiemensen en ambtenaren tijdens de oorlog. Op het hoofdbureau wist men wie de Nazisympathisanten waren. Maar wat kon men doen? Moest men ontslagen worden en vervangen door een NSB-lid? Of moest men blijven zitten en met de Duitsers samenwerken? Ook op het stadhuis stonden ambtenaren voor dit dilemma. Ondanks alles pakten de meeste inwoners van Haarlem hun leven weer op. Men ging weer aan het werk, naar school en genoot van vrije tijd zoals voorheen. Op zondag bezocht men eventueel de kerk.

Op 6 juli 1940 werd voor het eerst een Engels vliegtuig neergeschoten, welke neerkwam aan de Oudeweg. Zeven huizen brandden af, maar er waren geen slachtoffers. De eerste bom op Haarlem viel op 27 juni in hetzelfde jaar in de buurt van de Leidsevaart en de Edisonstraat. Zes mensen werden gedood.

Op een paar bombardementen na gaat men in Haarlem rustig door onder de Duitse bezetting.

Op bevel van Seyss-Inquart werden de straatnamen gezuiverd, ze mochten niet herinneren aan leden van het Koninklijk Huis, of aan Joodse figuren uit onze geschiedenis. De Wilhelminastraat werd Schouwburgstraat en het Julianapark heette vijf jaar Verlengde Gen.Cronjéstraat.

Waarschijnlijk zijn de meeste bombardementen een gevolg van navigatiefouten geweest, want niet alle bedrijven waren van militair belang.

Erger werd het in de nacht van 2 en 3 oktober. Bommen vielen in het Rozenprieel en in de Slachthuisbuurt. De bommen waren mogelijk bestemd voor de Centrale Werkplaats van de Spoorwegen, maar kwamen terecht in woongebieden. Een slordige vergissing van de RAF, de Engelse luchtmacht. Het aantal doden bedroeg zeventien; twaalf huizen werden totaal vernield en vierendertig andere zwaar beschadigd. In de loop van de oorlog volgden meer bombardementen. Er werden fabrieken getroffen, zoals Droste en Figee, de spoorwagonfabriek van Beijnes bij het station en het gebouw van de Gemeentereiniging aan de Oudeweg.

Haarlem was vijandelijk gebied voor de Engelsen, want IJmuiden, de Hoogovens en Schiphol en de fabrieken van Fokker zijn dichtbij.
Militaire actie vanuit de lucht was iets volkomen nieuws. Dat bleek uit de reactie van de mensen op de luchtgevechten.   

Sommige mensen zagen de Duitse bezetting niet per se als negatief; in tegenstelling, ze werkten samen met de Duitsers om een nieuw regime in Nederland te vestigen. In Haarlem kozen veel burgers er vrijwillig voor om in het Duitse leger te dienen en namen zelfs deel aan gevechten in Rusland. Velen maakten gebruik van de bezetting door betere banen te verwerven dan ze anders zouden hebben gekregen. Anderen in Haarlem werden echter als verraders beschouwd vanwege het sturen van anonieme brieven aan de bezetters.

Februaristaking:Op 26 februari 1941 legden 380 arbeiders van Figee het werk neer, gevolgd door andere bedrijven, waarmee ze de historische Februaristaking initieerden.

Op dinsdagmiddag waren al ongeveer vierhonderd personen bij Conrad en Stork Hijsch in staking gegaan. In de loop van woensdag sloten werknemers van de Haarlemsche Scheepsbouwmaatschappij en van de Haarlemsche Overhemden Industrie 'Kerko' zich bij de acties aan.

Het verzet begon met oproepen om de Duitse bezetter geestelijk weerstand te bieden en de vrijheid hoog te houden. De Haarlemmer Bernard IJzerdraat was daar een voorbeeld van. Voor het aansporen tot verzet werd IJzerdraat op 13 maart 1941 gearresteerd en met anderen gefusilleerd.

Naarmate de bezetting in Haarlem voortschreed en men zo goed mogelijk de Duitsers bespeelde, kwam er steeds meer onvrede onder de Haarlemmers

Dode NSB-politie agent, die vel verzetstrijders en joden oppakte.

Er was groot en klein verzet.

Klein verzet was b.v. stiekem luisteren naar de Engelse radio en het lezen van illegale kranten.

Groot verzet 't opnemen van een joods kind in het eigen gezin.Zo had mevrouw Ineke,  een kruidenierswinkel, er plotseling een zoontje bij. Een schoolhoofd in het Rozenprieel had naast twee roodharige en een blonde, zomaar ook een zwartharige dochter.

Er was ook gewapend verzet waarin mannen betrokken waren waarvan de namen pas na de oorlog bekend werden

Al die mensen zaten in allerlei verschillende knokploegen en sabotage-eenheden.

De reactie van de bezetters op de staking, liet niet lang op zich wachten. Een compagnie Grüne Polizei kwam naar Haarlem en maakte in de loop van de dag een einde aan de staking.

Ondertussen draaide de Duitse propaganda machine door. In de stad wapperden NSB spandoeken op vele vaak bezochte plekken b.v. op stations viaducten.

Ook hielden de NSBers regelmatig bijeenkomsten en waren er door de stad "Marsen".

In de nacht van 25 op 26 augustus 1942 vertrok vanaf het rangeerterrein bij de Westergracht een speciale trein. Daarin zaten 179 Haarlemse joden. De trein bracht ze naar Kamp Westerbork

Tegen de Joden hadden de Duitsers in hun land al maatregelen genomen en dit deden zij ook in Haarlem. Eind september 1940 kwam het verbod om joodse ambtenaren in dienst te nemen,  gevolgd door het verbod ze in dienst te houden. Dit trof vijftien joodse onderwijzers, docenten en ambtenaren. Iedereen die een openbare functie had moest verklaren dat hij geen joodse voorouders had, de zogenaamde Ariërverklaring.

Weinig mensen

weigerden te

tekenen.
Op 10 januari

1941 

moesten alle

joden

bij het stadhuis

komen om aan te

geven dat zij jood

waren. De meestenkwamen. Zo wetenwe dat er in Haarlem

toen ongeveer 1500 joden waren.
Burgemeester Plekker verbood  aan joden toegang tot openbare gelegenheden, zoals bioscopen, parken of zwembaden. Ook in cafés, restaurants en hotels werden joden niet meer toegelaten. Overal verscheen het bordje “Verboden voor Joden”.


Er is klaarblijkelijk weinig bekend over de periode rondom 1942. Ogenschijnlijk leek alles rustig te zijn tussen de bezetter en de Haarlemmers. door minder benzine en andere middelen was men wel vindingrijk geworden. zo kwam de hout/gas installatieop voertuigen.

Op 16 april 1943 ondernam de RAF een aanval die voor Haarlem bijzonder noodlottige gevolgen zou hebben. Twaalf bommenwerpers kregen de opdracht om de Centrale Werkplaats van de NS in Haarlem te bombarderen. 

Door een fout vielen alle bommen naast het doel, ze waren allemaal in de Amsterdamse buurt terecht gekomen.Het was bijna half acht in de avond, het was net etenstijd geweest, de meeste mensen waren thuis.

De bommen richtten een enorme verwoesting aan in de buurt ten oosten van het Teylerplein en langs de Amsterdamsevaart. De Teding van Berkhoutstraat, de Da Costastraat en de omliggende straten werden zwaar getroffen, overal brak brand uit. Het meest droevige gevolg: vijfentachtig doden, meer dan veertig zwaargewonden.

De winter van 1943 was ook erg koud en sneeuwrijk. Vele mensen bleven de stad begaanbaar houden, door de sneeuwmassa op te ruimen.

Teding van Berkhoutstraat, huizenschade na bombardement (apr 1943)

De Honger winter in Haarlem in 1944-1945 waseen periode van extreme voedselschaarste en kou, veroorzaakt door oorlogsomstandigheden, gebrek aan transport en einde aan de stroom voorziening.Het leidde tot hongertochten en  het kappen van bomen voor brandstof.

Dagelijks zag men mensen over de Rijksstraatweg naar het platteland gaan om bij boeren nog wat voedsel te bemachtigen. De maag van vele Haarlemmers moest worden gevuld met eten uit de gaarkeukens, dat  bestond uit van bloembollen gemaakte pap.Duizenden mensen kwamen om het leven door honger en kou.

Sinterklaas Razzia

Soldaten en Duitse politiemannen trokken de Haarlemse wijken en straten in, doorzochten de huizen en dreven de mannen bijeen.

In Haarlem ging het er tijdens de klopjacht nogal heftig aan toe. Een zeventienjarige jongeman, werd tijdens zijn vlucht met een bootje op het Zuider Buiten Spaarne beschoten en overleed later aan zijn verwondingen.

Op 19 september 1944 moest ook een groot deel van Haarlem-Noord worden ontruimd. ‘Alle mensen die ten noorden van de Jan Gijzenvaart woonden moesten hun spullen pakken. Meer dan vierduizend bewoners van Haarlem-Noord moesten maar bij familie of bekenden gaan wonen.

De reden voor de massale verhuizing was dat de Duitsers in de vesting IJmuiden ruim schootsveld wilden hebben. De bevolking wilde men daarbij geen gevaar laten lopen; ruim 3500 woningen werden zo ontruimd.

Spoorwegstaking

Om de nazi’s tegen te werken werd in september 1944 opgeroepen tot een grote spoorwegstaking. Ruim dertigduizend mannen gaven gehoor aan de oproep. Hierdoor kwam ook het transport van steenkool, vanuit Zuid-Limburg stil te liggen. Er kwam een strafmaatregel.

Alle voedseltransporten per schip werden stilgelegd. Het vervoer over de weg vanwege benzinetekort was al langer stil gelegd. Deze maatregel had grote gevolgen. 

Dolle Dinsdag. Op de laatste dagen van augustus 1944 leek het niet meer tegen te houden, het Duitse front brokkelde af en de geallieerden waren snel in aantocht naar ons land. Op 5 september, hoopten veel mensen langs de Wagenweg op de komst van de geallieerden. Er gingen geruchten dat ze dichtbij waren. NSB'ers en burgemeester Plekker sloegen op de vlucht. Het bleek echter vals alarm te zijn. Het gerucht was sneller dan de werkelijkheid. De zwaarste periode van de oorlog, acht maanden van ontbering en honger, moest nog beginnen.

Sommige families hadden al veel kinderen en hun woningen waren al vol met andere evacués. Er waren onvoldoende voertuigen, waardoor bewoners moesten improviseren met handkarren, wagentjes, kinderwagens en alles wat maar wielen had om te verhuizen.

In de namiddag en vroege avond van woensdag 6 december 1944 vertrokken vanaf het station Haarlem twee treinen naar Amsterdam. In de wagons zaten bijna 1300 mannen uit Haarlem, Bloemendaal en Heemstede. (1000 van hen kwamen 1/2jaar later weer terug.)

In Haarlem was 1944  een zeer zwaar jaar vanwege de grote geallieerde bombardementen op de infrastructuur en verschillende represailles door de Duitsers, waaronder de fusillade aan de Westergracht in oktober. De stad werd ook geteisterd door de nasleep van 'Dolle Dinsdag' .

In de laatste maanden van 1944 bevonden de Duitsers zich in een benarde situatie. De geallieerden hadden al grote delen van Europa, inclusief Zuid-Nederland, bevrijd. In het bezette deel van Nederland groeide het verzet aanzienlijk. 

1945 Bevrijdingsjaar

De eerste maanden waren nog slecht, doch in mei '45 kwam daar verandering in.

Haarlem werd officieel bevrijd op8 mei 1945, toen deCanadese geallieerden de stad binnenkwamen

Dit volgde op de aankondiging van de capitulatie van het Duitse leger op 4 mei.

Canadese tank op de Dreef,mei 1945

Na mei 1945

 De jaren direct na de oorlog werden gekenmerkt door wederopbouw, herdenkingen van oorlogsleed, en de terugkeer van de geëvacueerden naar Haarlem-Noord, maar ook door de nasleep van conflicten, zoals de arrestatie en strafrechtelijke vervolging van collaborateurs.

Niet alles was koek en ei. In de waterleidingduinen van Haarlem vond men een massagraf. Er werden meer dan 350 lichamen gevonden, die door de duitsers waren gefusileerd.

De ‘moffenmeiden’ van 1945: kaalscheren, een eeuwenoude straf

De uitdrukkingen op de gezichten van de ‘moffenhoeren’, zoals de soldatenliefjes genoemd werden, zijn verbeten, angstig en verdrietig. terwijl mannen hun haren afscheren of knippen met scharen en handtondeuses. Lokken op de straat, kale vrouwen op veekarren, joelende mensen.

De afrekening met de vrouwen na de Tweede Wereldoorlog was vooral een symbolische daad.


Haarlemse vrouwen worden in menigtes kaalgeknipt, mei 1945

Kaalscheren van vrouwen

Los haar is onzedelijk en kaalknippen de straf

“Het haar van de vrouw die schuldig is aan overspel, moet worden afgeknipt en zij zal een hoer zijn.” Waarschijnlijk is deze straf overgewaaid uit het Midden-Oosten, waar overspelige vrouwen werden kaalgeschoren en onzedelijke vrouwen de bijnaam ‘geknipte vlechten’ kregen.

Lucht Droppingen

Tien dagen lang, van 29 april tot en met 8 mei, droppen Britse Lancasters en Amerikaanse B-17-bommenwerpers voedsel boven West Nederland. Van de 5.294 vliegtuigen die ze hiervoor inzetten, gaan er maar twee verloren. Door onervarenheid met afwerpen zonder parachutes op lage hoogte verlopen niet alle droppings even soepel. Sommige pakketten komen in het water terecht, andere zelfs in mijnenvelden. Direct na de eerste RAF-vluchten trekt de Duitse Wehrmacht vrijwel al zijn troepen en artillerie weg. Het aantal Nederlandse vrijwilligers dat zich aanmeldt om te helpen is zo groot, dat de meesten moeten worden afgewezen.

Marchallplan

Nederland ontving aanzienlijke hulp en was een van de grootste begunstigde landen, wat cruciaal was voor de wederopbouw en het stimuleren van de internationale handel.

Gelande voedsel pakjes en zakken  in de Haarlemse omgeving.

Distributie van voedsel na de bevrijding

 Hoewel na de bevrijding de distributie van groenten en fruit weer wordt hervat, zijn groenten nog tot april 1946 op de bon. Binnenlands fruit gaat in januari 1947 van de bon. Sinaasappelen en ander fruit uit Zuid-Europa zijn pas vanaf juni 1945 weer verkrijgbaar. Koffie is dan het laatste product dat weer vrij verkrijgbaar wordt.

Dubbelklik hier om je eigen tekst toe te voegen.

Meer over de bevrijding van Haarlem.


Bekijk en lees verder ...