Vleeshal

Sinds 1386 stond op deze plek een vleeshal waar vlees werd verkocht. Door de snelle groei van het aantal inwoners werd de vleeshal te klein en kreeg stadsarchitect Lieven de Key opdracht een nieuwe, grotere vleeshal te ontwerpen. Op 6 juni 1602 werd de eerste steen gelegd en in 1604 was het gebouw klaar.

Er mochten vanaf 1592 26 slagerskramen buiten de hal worden geplaatst. Helaas bedierf het vlees buiten sneller. Om dit probleem op te lossen, werden op 11 oktober 1601 enkele gebouwen aan de Grote Markt aangekocht voor de bouw van een nieuwe vleeshal.


De Vleeshal werd tot in de 19e eeuw gebruikt als marktplaats voor vlees. Na die tijd kreeg het een nieuwe rol: van 1840 tot 1885 fungeerde het als opslagplaats voor een garnizoen dat in Haarlem gestationeerd was.
Later werd het gebouw gebruikt als Rijksarchief en vervolgens als opslagruimte voor de stadsbibliotheek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de locatie overgenomen door de Distributiedienst. Na de oorlog besloten de burgemeester en wethouders dat het pand moest worden omgevormd tot tentoonstellingsruimte.

Bouwstijl
De vleeshal is een prachtig voorbeeld van de noordelijke renaissance, met dien verstande dat op een gotische basisstructuur (grondplan en opstand) renaissance-ornamenten zijn toegepast. Tot de renaissance vormen behoren pilasters, rustica, Toscaanse zuilen (binnen), rolwerken (boven de kelderingangen) en obelisken. Inspiratiebron hiervoor waren voorbeeldprenten van de Antwerpenaar Hans Vredeman de Vries. Stieren- en ram koppen op de gevels wijzen nog op de oorspronkelijke functie van het gebouw. Het gebouw heeft een zogenoemde rolwerkgevel.
VLEESHAL
Zeer rijke trapgevel met over-vloedige toepassing van zandstenen blokken, trappen aan de voorzijde met obelisken versierd, de top door het stadswapen bekroond, grote poort in midden, ter weerszijden lagere kelderpoortjes.
Osse- en schapekoppen als stenen versiering, zijgevel met drie rijk versierde toppen.
Loden versieringen aan nok en dakkapellen.
Inwendig grote hal met vlakke stenen gewelven op een rij, zuilen in de middenas, stenen wenteltrap naar de verdieping.
Op verschillende markten in de stad werd in die tijd in de open lucht vis verkocht. Omwille van stank- en hygiƫnemaatregelen besloot men in 1524 een vismarkt met vaste visbanken te bouwen. Een voorloper van de Vishal, direct naast het kerkhof.
Vishal

De Vishal, een gebouw met een verhaal
In de middeleeuwen was op de huidige plek van de Vishal een begraafplaats. De vooraanstaanden van de stad en de rijke burgers werden in de kerk begraven, buiten lagen de armen en de terechtgestelden op het dievenkerkhof.
In de loop van de 18de eeuw ging de vishandel in Haarlem achteruit en raakte de Vishal in verval. De huidige hal uit 1769 gebouwd op het kerkhof, bleef in gebruik als vismarkt tot aan de Tweede Wereldoorlog. In 1995 werd de Vishal officieel overgedragen aan de kunstenaarsvereniging en groeide uit tot een expositieruimte met landelijke bekendheid. Een waardige plaats voor moderne kunst.
De hal is in1769gebouwd als vismarkt ter vervanging van een eerdere vishal uit1603, bestaande uit een langgerekte binnenplaats met aan drie zijden een overdekking. In 1898 werd de binnenplaats overdekt met een glazen dak.[1]Tot aan deTweede Wereldoorlogdienstgedaan voor de handel in vis.
Na de oorlog is de ruimte gewijzigd in een tentoonstellingsruimte voor hetFrans Halsmuseum. In 1969 werd de vishal een rijksmonument. Sinds 1993 wordt het gebruikt door kunstenaarsvereniging De Vishal.
DeVishalis een expositieruimte van de gelijknamige kunstenaarsvereniging aan deGrote MarktinHaarlem, direct naast deGrote of Sint-Bavokerk. Het gebouw doet dienst als een gratis toegankelijke expositieruimte voor wisselende tentoonstellingen van beeldende kunstenaars uit Haarlem en daarbuiten.

Dubbelklik hier om je eigen tekst toe te voegen.